Ikea in Guangzhou en huisbezoek van de politie
Onze Chinese Juf Ann woont naast Ikea, zodat wij daar regelmatig komen. Ikea heeft net zoals bij ons allemaal voorbeeldkamers om ideeën op te doen, de stoelen en banken uit te proberen, en de maten op te meten. De Chinezen hebben het anders opgevat. Met hele families gaan ze naar Ikea, kiezen een leuke kamer uit en gaan daar gezellig zitten. Boekje erbij, computerspelletje, lekkere airco, wat wil je nog meer? Op een doordeweekse avond zijn alle kamers bezet. En dan de slaapkamers en bedden. Chinezen kunnen echt overal slapen, we zien ze op bakfietsen liggen, in voetgangersviaducten, op matjes op straat, het klimaat is er afmattend genoeg voor. Maar waar kun je het aller-, allerlekkerste een kort dutje doen? Bij Ikea! Soms ligt de hele familie, met de kinderen ertussenin, op bed. En zoals waarschijnlijk bij alle Ikea’s in de wereld, kom je aan het einde van de showroom bij het restaurant terecht. Zo ook in Guangzhou. Het zit er bomvol, allemaal aan de Zweedse gehaktballetjes, met mes en vork!

Men had ons gewaarschuwd dat de politie een keer langs komt als alle papieren in orde zijn. Vorige weekend zijn de laatste formaliteiten geregeld en zijn we aangemeld bij het politiebureau bij ons in de buurt. We waren hier niet helemaal gerust op. In Nederland geldt “de politie is je beste vriend” maar gaat dit ook op voor de Chinese politie? Dus deze week iedere dag het boek wat ik aan het lezen ben over voorzitter M., wat heel erg verboden is in dit land, uit het zicht gelegd, nog even gecontroleerd waar het kaartje van de Nederlandse consul ligt en bedacht wat ik zal zeggen als…
Op donderdagavond tegen 9 uur wordt er op de deur geklopt. Twee dames in uniform die een paar woordjes Engels spreken en onze paspoorten en werkvergunning willen zien. Natuurlijk mag dat. Als we eerst mogen weten wie zij eigenlijk zijn? Meteen krijgen we een legitimatiebewijs te zien en een kaartje met Franse uitleg waaruit blijkt dat ze van de wijkpolitie zijn. Onze papieren lijken allemaal in orde. Mijn visitekaartje willen ze ook heel graag hebben; ja, allebei willen ze er wel een. Chinezen zijn gek op visitekaartjes. We doen ons best een aantal zinnetjes in het Chinees te zeggen, waar ze erg om moeten giechelen. Als mijn ogen richting schoenen gaan, zie ik onder hun stevige politiebroeken twee paar elegante schoentjes met hoge hakken en kanten sokjes. We krijgen een rapport in het Chinees, met veel stempels en handtekeningen. De volgende ochtend in de auto is het eerste wat ik aan mijn Chinese collega vraag, “en, staat hier nu dat we legaal in China wonen?’’ “Nee, hoor,” zegt hij droog, “er staat dat de eigenaar verplicht is belasting te betalen over de huur die hij ontvangt, en of jullie dat even door willen geven.’’
Chinese bruiloft
Bas en Jenny zijn getrouwd, weliswaar in Nederland, maar omdat Jenny (eigenlijk heet ze Zhang Yi Yan) oorspronkelijk uit Guangzhou komt, wordt het feest ook samen met de familie in China gevierd. De uitnodiging om erbij te zijn, hebben wij blij verrast aangenomen. Het is maar zelden dat je de kans krijgt een authentiek Kantonees bruiloftsbanquet bij te wonen. Het gaat in China niet om de trouwceremonie, dat gebeurt in de dagen voorafgaand aan het diner, ergens tussen neus en lippen door. Waar het om draait is samen eten, 3 keer van jurk verwisselen (de bruid), geen hap door je keel krijgen omdat je steeds moet toasten (de bruidegom), en glimmen van trots (de ouders van de bruid) omdat het je goed gaat in het leven en je dat graag met je familie en vrienden wilt delen.
Tot onze grote verbazing, worden we begroet als de eregasten uit Nederland en krijgen we een plaats aan de grote ronde tafel naast de bruid en bruidegom. We zijn gevraagd om rond 17.00 te komen. De gasten blijven aan een stuk door binnendruppelen. Sommigen volledig in pak of uitgedost als prinsesjes, anderen met driekwart broeken en t-shirts, met grove roodgeboende handen, alsof ze zo van het land afkomen. Wat later ook zo blijkt te zijn. Er worden rode envelopjes met geld aan het bruidspaar gegeven, die meteen een deel van het geld teruggeven, want voorspoed houd je niet alleen voor jezelf maar wens je anderen in gelijke mate toe.
Iedereen gaat met iedereen op de foto. Het lijkt erop dat we in tientallen Chinese fotoalbums terecht gaan komen, waarbij ze zich tot in lengte van dagen zullen blijven afvragen: ‘Wie waren dat eigenlijk?’ Om 19.00 gaan we aan tafel. Terwijl het bruidspaar allerlei rituelen moet afwerken, zoals het aanbieden van een kommetje thee aan alle gasten, wordt de drank ingeschonken. Alles komt tegelijk op tafel: groene thee, cognac, bier, wijn. De tijd om te proosten is begonnen. Omdat we in dit gezelschap bijzonder zijn, wordt er heel wat geproost met ons. Gan bei! Gan bei! klinkt het om ons heen en dan is het de bedoeling dat je je glas in een keer leegdrinkt. Binnen 5 minuten is de tafel naast ons in een uitgelaten stemming en wordt de eerste al te luidruchtige oom discreet afgevoerd.
Dan komen de gerechten. Ze worden achter elkaar op de glazen plaat gezet in het midden van de ronde tafel. Terwijl je de plaat voorzichtig ronddraait (het is niet de bedoeling dat je de plaat een zwieperd geeft terwijl oma net haar noodles aan het opscheppen is), pak je met je eetstokjes wat je lekker lijkt en legt dat in je eigen kommetje. Kantonezen willen vooral dat hun eten vers is, en wel zo vers dat je ook nog kunt zien wat je op je bord krijgt. Menigmaal hebben we levende ganzen aan fietsen zien bungelen op weg naar het middagmaal. En je kunt een Chinees geen groter plezier doen dan hem uit een aquarium vol vissen, schildpadjes en krabben zijn maaltje te laten aanwijzen. Vers betekent ook puur natuur, waardoor er in de Kantonese keuken weinig kruiden en specerijen worden gebruikt. Niets wordt gefileerd. Botjes en graten, alles blijft op z’n plek en dient om lekker te worden afgesabbeld. Terwijl wij het biggetje met zijn lichtgevende ogen steeds angstvallig doorschuiven, genieten we vooral van de activiteiten om ons heen. De omaatjes van in de tachtig smullen alsof ze in geen jaar zo lekker hebben gegeten. Oom naast ons lacht ons met z’n onvolledige gebit vriendelijk toe en ganbei’t nog maar eens met z’n glas cognac. De bruid komt voor de derde keer in een adembenemend mooie jurk naar beneden. De bruidegom moffelt een varkenspoot onder de tafel. Vader en moeder van de bruid vertellen hoe ze met niets uit China vertrokken en nu een goed leven hebben opgebouwd in Nederland en hoe trots ze zijn op hun kinderen. En overal tussendoor rennen kinderen en hebben de volwassenen de grootste lol.
En dan ineens is het eten op en dus ook het feest afgelopen. Er worden nog wat groepsfoto’s gemaakt. De gasten gaan naar huis en de jeugd maakt zich op om in een karaokebar verder te feesten. Voor de Chinese familie zijn Jenny en Bas na dit banquet pas echt getrouwd.

Lang weekend naar Guilin en Yangshuo
Dag allemaal,
Even een kort berichtje en wat eerste foto's. Afgelopen weekend zijn we naar Guilin en Yangshuo geweest, een uurtje vliegen ten noorden van Guangzhou in de provincie Guangxi.
Het is al laat, we zullen een uitgebreid verslag op de weblog zetten met meer foto's. Het was prachtig en ook heel bijzonder om midden in Chinees massa toerisme te verkeren....
Volgens onze gids hebben we het plaatselijke TV journaal gehaald. Zondag stond in het teken van de slachtoffers van de watersnoodramp in het Noord Westen en vlak voor het aan boord gaan van onze boot, bliezen alle rondvaart boten 1 minuut de scheepshoorn en stond iedereen stil. Het lokale TV team filmde ons en de verslaggever vertelde erbij dat ook de toeristen meeleefden met de slachtoffers.
Lia gaat morgen voor het eerst naar de kapper; duim voor haar! Zoals je op de foto's kunt zien, heeft de kapper bij mij vorige week erg zijn best gedaan. Zoals je zult begrijpen, gaat Lia naar een andere kapper....
groetjes! Taco

Een week in Guangzhou
Maandag is was- en strijkdag. In het weekend doen we niets aan huishoudelijke klusjes, dus maandag is het opruimdag. Taco vertrekt meestal om 7.45 naar zijn werk. Hij wordt beneden opgehaald door onze chauffeur en samen met collega’s die al eerder opgepikt zijn, doet hij er ongeveer drie kwartier over om op de site te komen. Ik sta rond 8.00 op, eet mijn ontbijt, check onze e-mails en het nieuws en luister ondertussen naar de nachtprogramma’s van Radio 2.
Als ik thuis ben, lees ik veel, beantwoord ik mails, schrijf ik stukjes voor onze weblog, en skype ik met de steeds langer wordende lijst familieleden en vrienden die de voordelen van skype ontdekken. Door de warmte overdag (de gevoelstemperatuur is vaak rond de 42° C) zijn de uitstapjes naar buiten beperkt. Als ik het park tegenover ons oversteek, kom ik in een wijk met een supermarkt en een deli met importartikelen. In de deli haal ik Hollandse kaas, ongezoete, geïmporteerde Australische yoghurt, bruine bonen en vaatwasmiddel. Dat zijn steeds kleine hoeveelheden want met tassen sjouwen gaat niet. Het zweet druipt langs je gezicht als je een half uurtje buiten hebt gelopen. Voor de grote boodschappen regel ik Lam, onze chauffeur, die helemaal loopt te stralen omdat hij bij ons terug is en dat laat blijken door ons vanflesjeswater te voorzien en fruit mee te nemen uit de tuin van zijn moeder.
Taco is meestal rond 19.00 uur thuis. Hij belt wanneer hij van de site vertrekt en dan weet ik dat ik het eten kan voorbereiden. Zijn reistijd is onvoorspelbaar. Als er onderweg een ongeluk is gebeurd, al is het maar met de kleinste blikschade, blijft iedereen onmiddellijk stilstaan totdat de politie is gearriveerd. Maar de politie zit ook vast. De vluchtstroken staan vol en alle gaatjes op de weg worden benut door auto’s, fietsen, bussen, vrachtwagens en voetgangers die dwars door elkaar heen, recht op hun doel afkoersen.
Op maandag en woensdag komt Taco me met Lam al om half 6 ophalen voor de Chinese les. Anderhalf uur lang krijgen we privéles van een alleraardigste en scherpe juf, Ann Lee Happy. Meestal zijn we bekaf na zo’n les nazeggen (die tonen!), zinnetjes maken en opletten. Om 20.00, als we klaar zijn, steken we de weg over en zoeken een restaurantje. Na afloop nog even een ijsje van ¥ 1 eten bij Ikea aan de overkant. Daar halen we dan ook meteen rode bessenjam, knäckebröd en, oh wonder, haringdropjes!
Op woensdag komt er een Chinese mevrouw onze flat poetsen.Ik weet alleen nooit hoe laat. Zwijgzaam werkt ze alles af, alleen onderbroken door de doordringende Chinese beltoon van haar telefoon. Na iedere Chinese les kan ik wat meer tegen haar zeggen, maar in het begin beperkte onze communicatie zich tot een glimlach in het voorbijlopen.
Andere dagen spreek ik af met Marijke of Lida, mijn twee Nederlandse maatjes. Lida woont hier al twee jaar, in hetzelfde complex als wij, werkt een paar uur op het Consulaat en is invaljuf op een Amerikaanse school. Marijke is getrouwd met Gep, een Heineken collega. Zij wonen hier nu één jaar, in de buurt van de site. Marijke heeft me vanaf de eerste dag heel veel van de stad laten zien: de winkels, de metro, de restaurantjes, de tempels, de parken, en zo ongeveer alle Starbucks vestigingen, zodat ik nu zelf behoorlijk de weg weet. En na zo’n verkenningstocht gaan we natuurlijk, als echte expats, ergens lunchen! Overal waar we komen, verzamelen we visitekaartjes met het adres in Chinese karakters zodat we de volgende keer de chauffeur kunnen laten zien waar we heen willen.
Omdat de warmte buiten bewegen moeilijk maakt, zijn we blij dat we in ons appartementencomplex een fitnessruimte en twee zwembaden hebben, één openlucht en de ander overdekt. Daar mogen we onbeperkt gebruik van maken. In het weekend krioelt het er van de Chinese kindertjes die overal aan en in mogen komen, maar door de week is het er heerlijk rustig.
In het weekend trotseren we, gewapend met een paraplu, de hitte en gaan Taco en ik op stap. We nemen de metro naar steeds een ander deel van de stad en ik laat Taco alle nieuwe plekjes zien die ik intussen heb ontdekt. We drinken koffie bij Starbucks, spelen voetbadminton met de Chinezen in het park, slenteren langs de Parelrivier, verwonderen ons over de enorme drukte overal en de veelheid aan winkeltjes die allemaal hetzelfde verkopen en duiken daarna de metro of een café in als we weer even af moeten koelen. We spreken ook vaak af met Gep en Marijke en gaan dan iets drinken bij Paddy Field, een Ierse pub, en daarna op zoek naar een restaurant. We hebben er intussen al heel wat uitgeprobeerd: Chinees, Boeddhistisch, Taiwanees, Maleis, Japans, Indisch, Italiaans en ja, ik zal het toch maar bekennen, Amerikaans: McDonald’s.

Shamian Island
Langzaam maar zeker verdwijnt het oude Kanton onder een laag beton. Oude wijken worden met de grond gelijk gemaakt en vervangen door wolkenkrabber na wolkenkrabber. Als je aan een Chinees vraagt of ze het niet jammer vinden dat al het oude verdwijnt, zeggen ze dat niemand daar meer wil wonen, het is te donker, te vies, te nauw.
Een van de plekjes in de stad waar het ‘oude’ nog bestaat is Shamian Island. Niet een oude Chinese wijk dit keer maar een eilandje van 300 m breed en 640 m lang, omgeven door een kanaal en het modderige water van de Parelrivier. In de 19e eeuw werd Shamian een ‘concessie’ van de Britten en de Fransen, als onderdeel van de buit van de Opiumoorlogen. Een beschamend stukje geschiedenis waarbij de Chinezen gedwongen werden handel te drijven met het Westen. En alhoewel ze geen handel wilden, verloren ze de oorlog en werden ze verplicht de kosten ervan te betalen, o.a. in de vorm van Shamian.
Shamian is nu een kleine oase in deze stad van 12 miljoen inwoners. Er groeien prachtige banyanbomen waardoor het heerlijk schaduwrijk is. De beelden en mooie bloemperken lokken tientallen bruidspaartjes die daar hun bruidsfoto’s laten maken. Vaak in gehuurde pakken en jurken, op slippertjes en met de hakken in de hand. De meesten hebben een voorkeur voor crèmekleurige jurken, maar we hebben ook al felrode jurken, gothic outfits en matrozenpakjes gezien.
Omdat de overheid veel bezoekers aan Shamian Island verwacht tijdens de Asian Games in November liggen ook hier bijna alle straten en stoepen overhoop. De bruidsparen banen zich een weg tussen het stof en de losliggende tegels om toch nog een gunstig plekje te vinden voor de foto´s.
Op Shamian Island ligt ook het White Swan Hotel. Het hotel is gespecialiseerd in het huisvesten van voornamelijk Amerikaanse gezinnen die hun Chinese adoptiekindertjes komen ophalen. Je ziet regelmatig piepkleine Chinese baby’tjes in de armen van grote blonde papa´s. Het is een vertederend gezicht maar ook vreemd in een stad waar je elders bijna geen buitenlanders tegenkomt.
We komen graag op Shamian, er is schaduw, er zijn souvenierwinkeltjes en er zijn terrasjes, en als je daar gaat zitten waan je je weer heel even terug in Europa, totdat je aan een alleraardigst Chinees meisje moet duidelijk maken wat je wilt eten en drinken.

Body Check
‘You need to go for a body check’, zegt personeelszaken tegen ons op een van de eerste dagen nadat we zijn aangekomen in Guangzhou.
Eerst begrijp ik het niet. Een ‘body check’? Worden we gefouilleerd? Waar zou dat voor nodig zijn? Dan blijkt dat ze een medische keuring bedoelen, met alles erop en eraan: bloedafname, scans, röntgen, ECG’s. We zijn verbaasd want een uitgebreid medische onderzoek hebben we al in het Havenziekenhuis in Rotterdam gehad. Het rapport dat we goedgekeurd zijn, is zelfs in het Chinees opgesteld, daarna gestempeld en van een foto voorzien, en opgestuurd voor de aanvraag van onze woon- en werkvergunning.Toch blijkt dat niet genoeg, de hele medische molen wordt nog eens overgedaan, maar dan in China.
Mr. Lam komt ons vroeg halen, dan zijn we er nog voor de grote drukte. Als we aankomen bij de Guangzhou International Travel Clinic zit de wachtkamer vol met collega aliens. Jerry van PZ heeft onze papieren en belt dat ze vast zit in het verkeer.
‘Vraag maar of jullie alvast kunnen beginnen’, zegt ze. Maar dat had ze beter moeten weten. In China gebeurt niets alvast zonder de juiste papieren.
Als ze even later hijgend binnen komt rennen, mogen we wel. We betalen een bedrag voor het onderzoek en steken over naar de andere kant van de weg.
Met een checklist in de hand worden we in een flink tempo langs wel acht kamertjes gevoerd. Na ieder onderzoek wordt onze lijst afgevinkt. Alles gebeurt nagenoeg zonder een woord met elkaar te wisselen. Je komt binnen, er wordt gebaard dat je je kleren uit mag doen, en je wordt op een bed gedirigeerd. Er wordt overal flink op geduwd en je mag weer naar het volgende kamertje. In dat kamertje wordt je met zachte hand in een stoel gezet, krijg je een thermometer in je oor, kijken ze diep in je keel en hup, naar de volgende. Weer een nieuw kamertje met een vriendelijk zwijgende mevrouw, uitkleden, een spuit gel op je buik, echo, en hup je staat weer buiten. Dan volgt een vragenlijst in wel 6 talen. Bent u wel eens geopereerd? Mijn ‘ja’ antwoord geeft een hele consternatie, want nu moet er iets ingevuld worden. Een dokter biedt uitkomst, hij weet het goede woord in het Chinees. Nadat we alle vinkjes verzameld hebben mogen we onze lijsten inleveren en naar huis.
Nog een paar dagen en dan hebben we de uitslag. Als we aan Jerry vragen waarom we het hele Nederlandse onderzoek in China moesten overdoen, merken we dat de ‘waarom-vraag’ niet gebruikelijk is in China. Voor onze werk- en verblijfsvergunning natuurlijk.
‘Zijn we dan nu klaar?’, vraag ik voor de zekerheid. Nee, nu moeten we nog de ‘show face’. ‘Show face?’ Naar het politiebureau om onze gezichten te laten zien en ons te registreren. Als dat klaar is, krijgen we het kleine roodbruine boekje waaruit blijkt dat we legaal in China wonen en werken.
Chauffeur Lam
Onze chauffeur is Mr. Lam. We begroeten hem elke morgen vriendelijk en komen er al snel achter dat ´good morning´, ´yes´, ´no´ en ´see you later´ de enige woorden zijn die hij kent. Als ik naar een supermarkt wil, bel ik naar kantoor, leg uit waar ik mijn boodschappen wil halen, geef de telefoon aan Lam en hij rijdt me naar de goede plek. Het ophalen gaat precies andersom. Ik bel naar kantoor, zeg dat ik opgehaald wil worden, kantoor belt naar Lam en als ik naar buiten loop, staat hij al op mij te wachten. Een keer denk ik, wat een gedoe, ik regel het zelf wel met ´m. ´Mr. Lam, can you pick me up at 2 o´clock?´ En ik schrijf het cijfer 2 op een blaadje. Yes, yes, knikt hij. Twee uur later wordt ik gebeld dat ik er niet sta. Nee, ik bedoelde niet over 2 uur maar om 2 uur.
We merken dat Mr. Lam er een groot plezier in schept om met ons op stap te gaan. De eerste keren, als we nog helemaal niets weten, gaat hij zelfs met ons de winkels in. Mr. Lam, waar staat het zout? Hier is een belletje naar kantoor voor nodig. Lam laveert met ons winkelwagentje om de winkelmeisjes en -jongens heen die bij elk schap staan en producten in je handen duwen, in de hoop dat je ze koopt. Hij behoedt ons ook voor verkeerde aankopen. Als ik op een vitrine met mobiele telefoontjes afloop om een telefoon voor Taco uit te zoeken, schudt hij heftig nee. Geen goed plan dus. Zeker Chinese namaak.
Na een aantal dagen besluiten Gemma en ik een keer alleen te gaan. Als hij via kantoor hoort dat hij niet mee hoeft de winkel in, zien we de teleurstelling op zijn gezicht. Op de vraag van Gemma wat zo´n chauffeur dan doet terwijl wij weg zijn, krijgen we een antwoord als we in de parkeergarage naar de plek lopen waar we hem hebben achtergelaten. Zijn stoel staat in de uiterste slaapstand.
Lam heeft waarschijnlijk gehoord dat we moeite hebben met zijn gebrekkig Engels, of kantoor is al die telefoontjes zat. Als hij ons de volgende morgen ophaalt, duwt hij zijn mobiele telefoon onder onze neus. Er staat een bericht in het Engels dat hij ons naar de site brengt. Bij elke nieuwe mededeling aan ons, toetst hij driftig op zijn telefoon en verschijnt er een Engelse boodschap. Het werkt! We begrijpen elkaar. Maar dan komt hij ineens met een onverwacht bericht op zijn telefoon. ´This is the last time I will serve you as your driver. The office has hired a new English-speaking driver.´
Hij brengt ons nog naar Baiyun International Airport. Gemma gaat terug naar Nederland. Als we haar koffer hebben uitgeladen, geeft hij haar een hand en zegt, ´Welcome to Guangzhou again!´ Hoe lang zou hij op dat zinnetje gestudeerd hebben? We gaan hem missen, onze Mr. Lam.
Twee dagen later ontmoeten we onze nieuwe chauffeur. ‘Good morning, can you take us to Shamian Island?’ ‘Yes, yes’ is het antwoord, en hij belt naar kantoor.

De site
Op de site.
De site, dat noemen we de plaats waar de brouwerij gebouwd wordt, ligt zo’n 30 km van ons huis verwijderd. De site wordt pas een brouwerij als het eerste brouwsel is gemaakt en de brouwerij is ingewijd. Dat inwijden zal hier door een bobo van de lokale autoriteit gebeuren. Mijn reistijd in de morgen is ruim een half uur en ’s avonds tussen 45’ en 1 uur. Hoewel we nu een eigen auto hebben, probeer ik altijd samen met anderen te gaan. Dat is ook veel gezelliger. Onze eigen auto is een luxe dikke lippen busje van Chinese makelij met achterin 5 zitplaatsen. Mijn collega Vincent Chua, iemand uit Singapore, heeft er ook zo een. We krijgen zo’n busje omdat er regelmatig mensen uit Nederland over zijn voor het project die dan met ons mee rijden.
Mijn kantoor is nu nog in een bouwkeet waar het hele team werkt. Naast de installation manager en een aantal bouwopzichters, is daar het hele middenkader druk bezig met de voorbereidingen. Om jullie een indruk te geven gaat het over de volgende functies: de afdelingchefs Brouwen, Verpakken, Utilities, Logistiek en Maintenance. En verder de Quality Assurance Manager, training officer en TPM coördinator. En de automation, electrical en mechanical engineer. Mijn hoofdtaak is het proces op te starten, waarbij je al deze mensen nodig hebt. Ik ben dus nu dan ook met alle mensen door aan het nemen wat ze al voorbereid hebben en wat er anders of beter kan. Mijn collega installation manager had me gezegd dat Chinezen niet zo goed zijn in het maken van een planning (ze zijn erg goed in improviseren…) en voor enkelen is dit zeker het geval. Maar er is gelukkig tijd genoeg om dit alsnog te doen. Mijn baas stuurt er duidelijk op aan dat ik namens hem het middenkader aanstuur en op een vrij natuurlijke manier gaat het die kant op.
Vind ik het leuk? Ja heel erg leuk. Wel veel zitten en de hele dag intensief met je hoofd bezig zijn. Maar het lopen komt vanzelf wel als we opstarten! Het team is erg jong, enthousiast, leergierig en intelligent en dat is leuk werken hoor! Inmiddels heb ik al 2 etentjes achter de rug. Vorige week vrijdag na het werk ter gelegenheid van mijn komst en nog 2 nieuwe mensen. Nou, dan gaan ze helemaal los hoor! Ook overdag hebben ze onderling veel plezier. De werkuren zijn van 8 tot 18.
Mijn collega installation manager zit de bouwers en installateurs de hele dag achter de broek. Er zijn erg goede vaklui maar er zijn nog meer prutsers. Een mooi voorbeeld deze week. Ik liep met een Nederlandse tank- en materiaal specialist een ronde waarbij we laswerk zagen waarbij geen Argon gas was gebruikt. Dan krijg je “bloemkolen” in een pijp en zo’n pijp zal binnen 1 jaar doorgerot zijn. Mijn collega wees hem op het uitstekende werk van een andere firma: “they very good!”. Antwoord: “we also very good but can improve”. Je ziet al, je moet niet teveel werkwoorden gebruiken en zeker zo min mogelijk grammatica, wat voor Chinezen heel moeilijk is. Het Chinees kent geen grammatica.
Op de foto’s zie je Gemma en Lia die op bezoek zijn geweest. Al mijn collega’s hebben ze de hand geschud. Vooral Gemma vonden ze heel bijzonder, ook al omdat ze zo lang is. Heel leuk dat ze langs zijn geweest zodat ze een idee hebben waar ik een groot deel van mijn tijd doorbreng.
Tussen de middag eten ze allemaal warm, zo’n bakje rijst of noedels wat je bij de chinees haalt. Sommigen laten het komen, anderen nemen het mee van huis. Eén iemand neemt boterhammetjes mee...
