Lia en Taco bij de Javanen

Tom cats gesignaleerd

Er is een tom cat epidemie in Surabaya. Op het werk en in het vrouwencircuit gonst het ervan. Navy heeft er een in haar auto gehad. Gelukkig had ze het op tijd in de gaten, met een tissue heeft ze hem uit het raam gebonjourd. Ook op de brouwerij zijn ze gesignaleerd. Uit de buurt blijven, niet aanraken, zeker niet van je afslaan maar met een klets water van je lichaam spoelen of wegblazen, is het advies. En verder gewoon doorleven. Want als je in de tropen woont, raak je wel gewend aan beestjes. Kakkerlakken in de keuken, termieten in je nieuwe teakhouten kast, slangen tijdens een rondje joggen, bijtgrage apen in het apenbos, gekko’s die je gratis openluchtconcerten bezorgen, ratten die ’s avonds over straat schieten, muggen die knokkelkoorts overbrengen, vleermuizen die gezellig over ons terras scheren, salamanders die zich tussen de vaat verstoppen. We kijken er niet meer van op.

Vorig jaar oktober trokken we in ons huis in Surabaya. Het is een heerlijk huis, de omgeving is weelderig groen, vanuit mijn huiskamer zie ik de palmbomen wuiven en de bananenboom die ze voor ons geplant hebben, groeit hard. Misschien kunnen we binnenkort bananen uit eigen tuin eten. Toch werden we gewaarschuwd. ‘Er zitten daar veel beesten, hoor’. Iemand is er ooit weggegaan omdat ze een rupseninvasie kregen die niet te bestrijden was. De rupsen bleven komen en de bewoners gaven zich gewonnen. We vroegen aan onze makelaar wat daar waar van was. ‘Oh’, zei ze,’bij jullie wordt er 2 keer in de maand gefogged en als jullie willen, laat ik het nog een keer extra doen’.  Dat foggen blijkt een meneer te zijn op blote voeten, zonder masker, die met een soort bazooka door ons wooncomplex en in onze tuinen rondloopt. Uit de bazooka komt een ontzettende wolk bestrijdingsmiddel waardoor je even denkt dat je weer in mistig Nederland bent. Gelukkig krijgen we een brief van te voren zodat we ramen en deuren kunnen sluiten, mijn met veel pijn en moeite aan het groeien gekregen kruidenplantjes en de was kunnen binnenhalen en we kunnen zorgen dat we even weg zijn.

Vorige week kwam ik met de auto thuis en liep de bazooka weer rond. ‘Indra’, zei ik tegen de chauffeur, ‘wat nu? Ze hebben ons helemaal niet gewaarschuwd. Ik stap niet uit hoor’. Indra maakt aanstalten om zijn deur open te doen. ‘En jij ook niet’, zeg ik, ‘dit is niet gezond’. ‘Oh’, zegt Indra, ‘maar ík ben geen mug’. Ik ademde diep in, kneep mijn neus en mond stijf dicht en rende toen ook maar naar binnen, want ik ben tenslotte ook geen mug.

Over huisdieren kan ik kort zijn, daar houden ze in Indonesië niet van. Honden zijn onrein en ze zijn er doodsbang voor. Negen van de tien keer wil niemand bij je werken als je een hond hebt. Zangvogeltjes zijn wel populair, ze hangen in piepkleine kooitjes in de brandende zon aan dakranden te bungelen. Je kan ze kopen langs de weg en dan krijg je ze mee in een boterhamzakje. Onderweg naar mijn les bahasa indonesia staan op een hoek van een straat, onder een parasolletje, kooien met pups zonder eten of water. Wat ze daarmee gaan doen? Geen idee.

Maar nu de tom cat, vanwege zijn gelijkenis genoemd naar de Amerikaanse F14  straaljager. Ik had er nog nooit van gehoord. Het blijkt een kruising te zijn tussen een mier en een tor. Ze leven op de sawa’s maar de toenemende bebouwing en het afbranden van de rijstvelden na de oogst, jaagt de insecten de stad in. Ze steken niet eens, maar als je ze van je afslaat, spuiten ze een goedje op je dat rode vlekken en lelijke blaren op je huid veroorzaakt. Nu loop ik gewapend met een fles water in de ene hand en een waaier in de andere me ontzettend in te houden om niet bij elke kriebel die ik voel een enorme pets te geven.

9 reacties | Reageer

Mijn man is brouwer

‘Mijn man is brouwer', altijd een leuke uitspraak om mee op de proppen te komen als iemand mij vraagt wat Taco voor werk doet. Veel buitenlanders die wij hier kennen, zitten in de tabaks-, teakmeubelen-, cement-, schoenen- en leerindustrie. Een brouwer is altijd een welkome aanvulling, want dat opent mogelijkheden voor brouwerijbezoek en bierfeestjes. Het is heel interessant om in een cementfabriek rond te kijken. Maar waar anders dan in een brouwerij eindigt een rondleiding in de bar met een biertje?

Nu zijn we in Surabaya iets voorzichtiger met het vertellen waarom we hier zijn. Indonesië is een streng moslimland en alcohol is geen onderdeel van het dagelijkse leven. Alleen in supermarkten wordt bier verkocht. Zelden per krat of doos, vaak per fles of blik. Wijn of sterke drank is uitsluitend in speciale winkels te krijgen tegen torenhoge prijzen vanwege importheffingen en accijns. Op Bali proberen ze op zijn minst de importheffing te ontlopen door Australische druiven te importeren en die op het eiland te vergisten. Maar in supermarkten staan de schappen voornamelijk vol met rijen non-alcoholische drankjes. Indonesiërs zijn gek op melk met smaakjes, op aanlengsiroop, op alle soorten ice tea's en ice coffee's, op vruchtensapjes en frisdranken. Alles wat maar koud en mierzoet is.

In China keken ze er niet van op als je een glaasje bier bestelde of wijn nam bij het eten, al gaven ze zelf vaak de voorkeur aan groene thee bij hun maaltijd. Onze eerste ervaring in een restaurant in Surabaya is bij de Italiaan, samen met Australische vrienden. We vragen om de wijnkaart en die hebben ze. Na enig nadenken, kiest Taco een merlot uit. ´Nee, die hebben we niet´, is het antwoord. ´Doe dan maar deze cabernet´. ´Nee, die hebben we ook niet´. ‘Welke wijnen hebben jullie dan wel?' En onze verlegen lachende serveerster wijst met haar vinger naar één plek op de kaart. Die hebben ze. Het Australische echtpaar grijnst. ‘Wij vragen tegenwoordig meteen maar wat ze hebben en kieskeurig zijn we niet meer'. Als de rekening komt, betalen we net zoveel voor die ene fles wijn als voor de rest van het eten.

Toen we vorig jaar augustus in Surabaya aankwamen, belandden we midden in de Ramadanperiode. In deze vastenmaand gaan de zeldzame slijters die er al zijn op vakantie om geen aanstoot te geven. Bars serveren dan ook liever geen alcohol. Ik verzucht tegen mijn nieuwe Finse vriendin, dat ik dat toch wel jammer vind, geen glaasje wijn meer bij het eten. ‘Oh', zegt ze, ‘daar weet ik wel wat op, kom maar mee.' En daar gaan we, samen met haar chauffeur, dwars door Surabaya. De straten worden alsmaar drukker en brommers en becak's halen ons links en rechts in. Als we niet meer verder kunnen omdat het te nauw wordt, stappen we uit en gaan te voet verder door een steeg. De steeg staat vol met warungs waar mannen in moslimdracht aan wankele tafels nasi goreng en saté ayam eten. We vallen op en worden nagekeken. Zoekend kijkt Helka rond tot ze de ingang vindt. Ik zie een kale, witte gang die uitkomt in een kantoortuin. Er liggen stapels papieren op de bureaus en op de ouderwetse typemachines wordt driftig getypt. Alles is smoezelig wit en er hangt niets aan de muur. Ik zie alleen maar mannen. We mogen aan een bureau gaan zitten. Dan komt er een lijst tevoorschijn. Drie pagina's wijn en sterke drank. Na enig nadenken kies ik twee wijnen uit. ‘Die hebben we niet'. ‘Wat heeft u wel?' ‘Die'. ‘Doe dan maar 12 van die'. Helka bestelt een doos wodka (ze is Fins, tenslotte) en na een hele stapel bankbiljetten te hebben neergeteld, het grootste biljet dat Indonesië heeft is van 100,000 Rupiah, ongeveer € 8,50, lopen we weer terug naar de auto.

‘Mogen ze het bij jou thuis afgeven?' vraagt Helka. ‘Want bij mij in het dorp worden de kofferbakken wel eens opengemaakt om te kijken of er alcohol inzit. Jij woont op een complex met meer buitenlanders, daar durven ze dat niet te doen.' Een dag later wordt alles keurig bezorgd. En zo ben ik aan ons vaste adresje gekomen. Als de voorraad op is, belt Helka naar het kantoor en de volgende dag heb ik het in huis. Het enige nadeel? De komende drie jaar drinken we Jacob's Creek Chardonnay en Two Oceans Shiraz.

7 reacties | Reageer

Voor mijn vader

`Als we met elkaar trouwen´, zei mijn vader tegen mijn moeder in 1955, ga je dan wel met me mee naar het buitenland?´. En mijn moeder, die wel in was voor avontuur, antwoordde volmondig ´Ja!´. Een jaar later was ik er en woonden we in ons eerste buitenland, in Hasselt, net over de grens bij Eindhoven, en werkte mijn vader bij de plaatselijke Philipsfabriek.

Nooit heb ik stilgestaan bij het ‘andere’ leven dat we leidden. In Hasselt ging ik naar de papschool en praatte Hasselts. In Congo ging ik naar een Belgische school en praatte Frans. We woonden in een flat en keken uit op de Congorivier. In Waalre, in Brabant, waar we tussendoor even woonden, ging ik naar de nonnenschool en praatte Brabants. De nonnen liepen in grote witte gewaden en hadden exotische namen als zuster Clementina en zuster Immaculata. In Buenos Aires ging ik naar de lagere school en duurde het even voordat ik Spaans sprak. De juf zette me voor de klas en liet me de rollende r oefenen, en toen ik dat kon, ging de rest vanzelf. In San José werd het een Amerikaanse school en was er een Graduation Ceremony toen ik van de lagere school overging naar de middelbare school. In Lima volgde nog een Amerikaanse school. Ik werd een puber, ging uit dansen en mijn eerste vriendje verhuisde naar een ander buitenland. Thuis spraken we Nederlands, ik maakte mijn huiswerk in het Engels en met mijn vrienden sprak ik Spaans. Bijzonder? Helemaal niet. Iedereen die ik kende was precies zoals wij.

In 1973 keerden we voorgoed naar Nederland terug. En ik deed wat ik altijd al gedaan had, in het land waar ik thuishoorde maar waar veel dingen me vreemd waren geworden. Ik paste me aan en werd weer Hollands, leerde fietsen en schaatsen, boterhammen met kaas eten, mijn eigen bed opmaken, drie keer zoenen, en de hele kamer feliciteren bij een verjaardag.

Toen ik Taco tegenkwam, bleek hij net zo in te zijn voor avontuur als mijn moeder zoveel jaren daarvoor. Maar de vraag of hij uitgezonden wilde worden, kwam pas toen Gemma en Wouter volwassen waren, en toen zeiden we allebei volmondig ‘Ja!’. Ik wist waar ik aan begon.

Mijn leven in Indonesië 57 jaar nadat mijn ouders naar Hasselt vertrokken, lijkt veel op hun leven, ondanks de nieuwe communicatiemiddelen, het gemak waarmee we kunnen reizen en de importproducten in de supermarkten. Het wezenlijke, nieuwe vrienden maken, een nieuwe taal leren, een nieuwe cultuur leren kennen, is hetzelfde gebleven. Ik leun op mijn ervaringen van lang geleden en kan zelfs een steun zijn voor jonge vrouwen die het allemaal voor het eerst doen. De voornaamste les die ik heb geleerd? Nieuwsgierig blijven en niet oordelen.

De beslissing van mijn ouders heeft ook mijn kinderen beïnvloed. Kwam het door alle verhalen van opa en oma bij de albums vol met zwart-wit foto’s, door de logé’s uit verre landen, door hun stages die niet lekker dichtbij werden gezocht maar in Costa Rica en Amerika? Hoe dan ook, het zijn wereldburgers geworden waar we trots op zijn.

Op 17 december overleed mijn vader, 84 jaar oud. Dankjewel pap, voor mijn leven. Niet beter dan het leven van anderen, wel anders. Een rijk leven. 

 

19 reacties | Reageer

Sint in Surabaya

Buiten is het ruim 30 graden Celsius, binnen bij de airconditioning zitten drie aanstaande Zwarte Pieten en één Sint.  De uitnodigingen zijn verstuurd, de cadeaus afgeleverd bij huize Zantinge, en de Nederlandse en Belgische kindertjes wachten vol spanning op wat er komen gaat. Niet dat ze het allemaal even goed begrijpen. Op één afgeleverd cadeautje staat groot geschreven: for Sarah, from Mommy and Daddy. Gelukkig kan ze nog niet lezen. Aan de brieven die de ouders hebben ingeleverd, met een kort verhaaltje of gedicht over hun kind, leiden we af welke taal ze spreken, Nederlands/ Vlaams, Indonesisch of Engels. Dat is handig om te weten voor de Sint.

We maken de kist van de Nederlandse Klub Surabaya open en meteen ruiken we een overweldigende mottenballenlucht. Voorzichtig laden we alle spullen uit, Pietmaillots, Sintbaard en -pruik, handschoenen, een Sintstaf in drie delen en 2 roedes. Unaniem besluiten we die maar in de kist terug te doen, die arme kinderen hier schrikken al genoeg van die lange blanke man met zijn witte baard en zijn Zwarte Pieten. Om in de stemming te komen tijdens het verkleden, luisteren we naar een Sinterklaas CD met een zeer deftig zingend Vlaams kinderkoor en eten we van de uitzonderlijk goed gelukte imitatie speculaaskoek die Piet Sjaan heeft gebakken.

Net als de Zwarte Pieten en Sinterklaas geschminkt en aangekleed op pad willen gaan, op weg naar het huis van onze Belgische gastvrouw Martine, breekt er een tropische regenbui los. We stappen in onze auto’s, Sint komt met zijn hoofd tegen het plafond en zet zijn mijter maar even af. Als we bij een stoplicht staan, doet Zwarte Piet zijn raampje omlaag. De vier paar ogen van de familie op de brommer naast hem kijken hem verschrikt aan. Een stukje voor de poort van het huis van Martine staat een gehuurde becak op ons te wachten. Ons plan om de Zwarte Pieten op de becak te laten fietsen met Sint als passagier kan helaas niet doorgaan. De becak eigenaar, gehuld in een grote regencape, rent ons nog achterna als we hem voorbijrijden. Maar het regent te hard en aangezien de schmink van Zwarte Piet op waterbasis is… nee, dat risico kunnen we niet nemen.

Binnen wachten 7 kinderen met ouders en gasten op de komst van Sinterklaas. Schuchter worden de Sinterklaasliedjes gezongen, ook de ouders zijn wat minder tekstvast na vele jaren buitenland. Verder is het als vanouds, bange kinderen, stoere kinderen, verlegen kinderen en allemaal even blij met hun cadeautje. Piet Paolo snoept stiekem van de pepernoten en krijgt op zijn kop van Sinterklaas en niemand hoeft in de zak want ze zijn allemaal braaf geweest. Dan is het laatste meisje aan de beurt. In het Grote Boek van Sinterklaas staat een Nederlands gedicht op rijm, geschreven door haar vader. Sinterklaas leest het voor. Ze luistert aandachtig, neemt haar cadeautje in ontvangst, geeft Sinterklaas een hand en zegt: ‘I didn’t understand one word of it.’

 

 

5 reacties | Reageer

Naar de bakker

‘Het brood is bijna op’, zegt ons dienstmeisje Lasmi ’s morgens als ik beneden kom voor het ontbijt. Het is vreemd om haar een dienstmeisje te noemen, eigenlijk is ze een dienstoma. Ze is net zo oud als Taco, heeft kinderen en kleinkinderen. Haar man werkt samen met haar zoon op het platteland. Ze heeft daarom gevraagd of ze bij ons mag wonen, het scheelt haar huur en in het weekeinde gaat ze dan naar familie of vrienden. Ze heeft hier een klein kamertje met een bed, kast, spaarlamp en tv die ze van ons gekregen heeft. Sinds kort staat er een ventilator omdat het onder het platte dak anders te heet is om te slapen. Het helpt ook om de muggen te verjagen. In een hoekje ligt haar bidmatje opgevouwen, want zoals zoveel Indonesiërs is ze moslim. Soms, als ik haar zoek om wat te vragen, steekt ze haar hoofd om de deur en heeft ze een witte hoofddoek op, dan is ze aan het bidden. In huis draagt ze geen hoofddoek, maar als ze weggaat op haar brommertje doet ze er een om. De helm gaat er bovenop. 

Ze is goed in koken, kookt Indonesisch, Italiaans en Nederlands. Nu wij hebben gezegd dat we weinig vlees eten, bedenkt ze gerechten met tofu en tempeh. Ik ben nog steeds niet achter haar hele repertoire. Iedere dag sta ik voor verrassingen want dan vraagt ze ineens, ‘Houdt u van foccaccia? Zal ik pizza maken? Eet u bitterballen?’. Ze doet voor mij ook de boodschappen want ze weet in iedere supermarkt de weg. Alleen brood, dat is mijn afdeling. Ze werkt al zo lang voor buitenlanders dat ze onze eigenaardigheden kent. Een Fransman wil zijn stokbrood, een Duitser zijn zuurdesembrood en een Nederlander zijn volkoren. Niet dat we dat in Surabaya zullen vinden, dat weet zij, maar we willen ons er zelf van overtuigen. Het hoort bij het inburgeren. 

Nu hadden Taco en ik ontdekt dat ze in het vijfsterren Shangri-La hotel heerlijk brood verkopen: geen volkoren maar wel donkerbruin en met een knapperige korst. We moeten het al zonder zoveel vertrouwde dingen doen, zeiden we tegen elkaar, dat we ons de luxe van goed brood best mochten permitteren. En zo komt het dat ik wekelijks Indra de chauffeur roep om mij naar het Shangri-La te brengen. Het is vlakbij ons huis, in Nederland zouden we gewoon op de fiets gaan, maar dat is door de hitte, het chaotische verkeer en het feit dat je door iedereen nagestaard wordt, geen pretje. Bovendien, met de fiets naar een vijfsterren hotel, ze zouden geen raad met je weten. Met de auto dus maar. 

Aangekomen bij de oprit van het hotel moeten we stoppen. Onze Toyota Kijiang wordt met een metaaldetector onderzocht op bommen. Daarna neemt de Security een kijkje in de kofferbak, observeert wie er in de auto zit en met een pasje voor de chauffeur mogen we verder rijden. Dit gebeurt via een zigzagparcours met wegversperringen om niet recht het hotel binnen te kunnen rijden. Bij de lobby wordt de deur van de auto voor me opengehouden en wordt ik allerhartelijkst welkom geheten door een van de portiers. Nee, geen koffers vandaag. Indra zet de auto op het parkeerterrein en ik loop naar de ingang van het hotel. Maar eerst moet ik mijn handtas inleveren voor inspectie en mag ik door een inspectiepoortje. De volgende deur wordt geopend en nu ben ik echt binnen. ‘How are you mam, How was your day mam, Nice to see you mam’, een koor aan goede wensen volgt mij op mijn gang naar beneden waar de cakeshop is. Elke hotelmedewerker lacht vriendelijk naar me en knikt me toe. Gelukkig, er liggen twee broden, ik haal opgelucht adem, blij dat ik niet voor niets ben gekomen. Op de terugweg begeleidt het koor me in omgekeerde volgorde, ‘Have a nice day mam, hope to see you again mam, goodbye mam.’ Ik vis mijn telefoon uit mijn tas en bel Indra dat ik klaar ben, een laatste glimlach en groet en ik sta buiten. Indra komt voorrijden vanaf het parkeerterrein, de deur van de auto wordt weer voor me opengehouden en ik stap in. Hij levert het parkeerpasje in bij Security en dan zijn we op weg, terug naar huis. 

Ik heb het nu 12 keer gedaan. Bij de dertiende ‘How are you mam, How was your day mam, Nice to see you mam’ begin ik me af te vragen hoe lang ik dit ga volhouden, ook al is het brood nog zo lekker. Als ik tegen Lasmi verzucht dat het wel erg veel tijd kost dat brood kopen, kom ik er achter dat haar talenten nog talrijker zijn dan ik dacht als ze zegt: ‘Don’t worry Misuss, Lasmi can bake bread for you.’

10 reacties | Reageer

Misschien wordt het Kuala Lumpur

‘Misschien wordt het wel Kuala Lumpur. Ik weet dat daar een plek vrijkomt’, zegt Taco. ‘of Ulaanbaatar, daar gaat ook iemand weg’. Nu het duidelijk is dat we niet in China blijven, is het speculeren begonnen. KL, dat lijkt me wel wat. Modern, goed georganiseerd, een soort Singapore en prachtige natuur. Ulaanbaatar? Wel iets minder. Vooral koud en afgelegen, maar daardoor wel uitdagend en interessant.  Maar die taal, minstens net zo moeilijk als Chinees. En moeten we dan in zo’n yurt wonen? Als Taco eindelijk zijn baas uit Nederland onder vier ogen spreekt, hoort hij, ‘Wat vind je van Surabaya? We denken dat je er heel geschikt voor bent.’

Indonesië, het was totaal niet bij ons opgekomen. Ik zie visioenen van groene rijstvelden, hoor Anneke Grönloh met gedragen stem en overdreven articulerend ‘Soerabaja’ zingen, zie Willem Nijholt voor me in De Stille Kracht en denk aan Heeren van de thee van Hella Haasse. Nee, zo is Indonesië niet meer, maar het land en de taal zijn met Nederland verweven en het voelt meteen vertrouwd.

Eind juli komen we aan in onze nieuwe stad. In niets doet het ons aan Guangzhou denken. Er wonen maar 4 miljoen inwoners, er zijn nauwelijks hoge gebouwen, in plaats van fietsen en bussen en metrotreinen rijden er duizenden brommertjes waar hele gezinnen zich mee verplaatsen. Vader en moeder met helm en tussen hen in geperst de kinderen van wie we alleen de uitgestoken armpjes en beentjes zien. Weelderige tropische begroeiing, palmbomen, bougainville in felle gele, paarse en roze kleuren, een schril contrast met de armoedige huisjes en eindeloze bergen afval die overal verspreid liggen.  

We arriveren aan het begin van de Ramadan. Veel bars en uitgaansgelegenheden sluiten de hele maand augustus en de buitenlanders gaan met verlof. Straten en kraampjes zijn leeg, imams roepen iedereen op tot gebed, en feesten worden uitgesteld. Zelfs de Onafhankelijkheidsdag, 17 augustus, wordt ingetogen gevierd, zonder de gebruikelijke familiepicknick.

Taco en ik zijn voor de onafhankelijkheidsviering uitgenodigd op de brouwerij, op anderhalf uur rijden van ons tijdelijke huis. We moeten er om 8 uur zijn. Het is een strakgeregisseerde ceremonie met militair vertoon. Taco staat voor het eerst van zijn leven in de houding. De grondwet wordt voorgelezen, het economische rapport van Oost Java wordt gepresenteerd en de roodwitte vlag waar ooit de blauwe strook vanaf is gescheurd, wordt gehesen. Taco deelt de bonussen uit aan de jubilarissen en als laatste worden de lootjes getrokken die de aanwezigen uitgedeeld hebben gekregen. Een heel gelukkige brouwerijoperator mag de hoofdprijs, een beeldbuistelevisie, mee naar huis nemen. De rest van de dag hebben we vrij.

Met Taco´s chauffeur Suli besluiten we verder naar het zuiden te rijden, naar Tretes, een stukje de bergen in. De brouwerij ligt tussen twee vulkanen in. Een ervan steekt scherp af tegen de blauwe hemel. De dorpjes zijn versierd met gekleurde vlaggen ter gelegenheid van deze feestdag. Kinderen in schooluniform komen terug van hun eigen onafhankelijkheidsceremonie. We bezoeken een waterval en de ruïnes van een hindoeïstische tempel.

Na afloop van ons eerste toeristische uitstapje gaan we naar een van de vele malls waar de Indonesische middenklasse al windowshoppend en milkshakedrinkend de weekenden doorbrengt. Een biertje zit er tijdens de Ramadan niet in, dus we bestellen koffie. De menukaart raadt ons aan een paar heerlijke bitterballen erbij te nemen. Als we weglopen, zien we een uithangbord dat we zomaar kunnen lezen. We kijken elkaar aan. Het gaat lukken om hier snel in te burgeren, de taal en het eten zijn alvast geen enkel probleem.

9 reacties | Reageer

Wittebroodsweken in Indonesiƫ

3 weken zijn we nu in Indonesië, hoog tijd om ons te melden op de weblog.

Na aankomst hebben we eerst een kleine week in het super luxe Shangrila hotel gelogeerd omdat het huis van mijn voorganger helemaal leeg was.  In het eerste weekend hebben we een volledige huisraad aangeschaft!  In China hadden we een gemeubileerd appartement, wat hier niet gebruikelijk is (en als het er is, wil je er niet in wonen....). Van onze baas krijgen we hiervoor een toelage. Het was wel heel maf hoor; doe dat bankstel maar, en die eettafel vinden we leuk en o ja, doe die bijzettafeltjes er ook maar bij…  En alles werd binnen enkele dagen bezorgd. Ondertussen zijn we ook weer op pad geweest om een definitief huis te vinden. Lia is doordeweeks nog naar een paar huizen wezen kijken en uiteindelijk hebben we gekozen voor een gezellig, vergeleken bij wat je hier ziet, klein huis. Er zit een zwembadje met terras bij en ook een tuintje aan de andere kant. Bij het complex hoort een clubhuis met een fantastisch zwembad en grote fitnessruimte. Vandaag zijn we er voor het eerst wezen zwemmen hoewel we er nog niet wonen; dat gaat per 1 oktober gebeuren.

Inmiddels wonen we dus in ons tijdelijke huis, met personeel. Je denkt eerst: dat is luxe zeg en dat is deels waar. Maar het is ook heel erg wennen en tot nu toe is de balans voor ons negatief. Het geeft namelijk ook veel gedoe en je levert privacy in. Toch kun je in dit land lastig zonder personeel omdat er van alles geregeld moet worden.

Wij hebben 2 dames waarvan er een een fantastische kok is. Zij kookt niet alleen voor ons maar ook voor de tweede chauffeur (o ja, we hebben ook nog even een auto gekocht omdat de brouwerij te ver weg is zodat de chauffeur van mij niet terug kan komen voor Lia), de bewakers (wij hebben 24 uurs-bewaking bij het huis), de tuinman en andere voorbijgangers. De andere dame zorgt voor schoonmaken en de was.

Als je nu denkt, dat is leuk voor Lia, dan klopt het niet. Dat de was gedaan wordt (inclusief strijken) is natuurlijk heerlijk. Maar het is voor haar lastig op gang komen hier. Het is alsof je in een huis woont wat niet van jou is. En het expat leven moet na de zomer nog op gang komen. Ze heeft afgelopen week de eerste contacten gelegd. Verder is het best stil; ik ben lange dagen weg en een rondje lopen of fietsen kan hier niet. Alles moet met de auto.

Surabaya is gewoon een vieze bende! Er is vrijwel niets moois te vinden, op een paar koloniale gebouwen na. Uren lopen en je verbazen over alles wat je ziet, zoals in Guangzhou, kan hier niet. Er zijn geen trottoirs en de veel te kleine wegen zijn overvol met auto’s en vooral brommers.

Afgelopen weekend (en op de Onafhankelijkheidsdag) hebben we de omgeving van Surabaya verkend. Is wel aardig maar niet bijzonder. Op weekendje-weg afstand zijn wel bijzondere plekken, zoals de Bromo vulkaan. Gaan we zeker doen!

Ik vertrek om 6.00 uur naar mijn werk; ik ontbijt in de auto: fruit wat de avond te voren is klaar gemaakt en yoghurt met muesli. De rit duurt 1 uur 15’, een heel stuk dus. Ik probeer de tijd nuttig te besteden door wat te lezen wat niet meevalt in het chaotische verkeer.

Het werk is ontzettend leuk! De meeste elementen heb ik meegemaakt in vorige functies maar nu ik de bedrijfsleider ben, komt alles bij elkaar in 1 functie. En omdat de brouwerij ver weg ligt van het hoofdkantoor ben ik gewoon de baas; en dat is best lekker! Het management team is een supergaaf team. Mijn voorganger heeft een goede klus gedaan. 3 jaar geleden lag de boel op z’n gat na een fraudezaak. Nu loopt alles weer op rolletjes. Waar hij vooral bezig is geweest met het opzetten van een nieuw team (“change management”)  en wegwerken van achterstallig onderhoud, moet ik wat meer de nadruk gaan leggen op technologie, energieverbruik (milieu) en veiligheid. Ook orde/netheid kan beter. Voor mij een nieuwe tak van sport is de logistiek. Daar heb ik nooit mee te maken gehad en die is in Indonesië, een gigantisch groot land met duizenden eilanden en een slechte infrastructuur, erg ingewikkeld. Bovendien is dit bij uitstek het werkveld van Alibaba en de 40 rovers….. Ik moet ook gewoon op de winkel passen.

Wat voor mij wennen is, is dat ik hier echt de baas ben en dat Indonesiërs ook een baas willen hebben. Ik heb gemerkt dat Chinezen het prettig vinden als je wat Nederlands egalitair bent maar dat is hier echt anders. Het was me verteld en het klopt.

Tussen 5 en 5.30 ga ik op weg naar huis. De rit duurt dan tegen de 1 ½ uur. Ik doe een tukkie (dan val ik niet in slaap op de bank…), schrijf wat dingen op voor de volgende dag en maak m’n hoofd leeg. Dit is belangrijk want als ik thuis kom, heeft Lia veel met mij af te stemmen. Als je dan nog met je hoofd op de brouwerij zou zijn, ga je geïrriteerd reageren en dat zou heel erg oneerlijk zijn.

Want hoewel ik bepaald geen rustig baantje heb, is het voor Lia echt veel moeilijker dan voor mij. Ik kom terecht in een structuur, in een omgeving die ik ken en ik weet wat ik moet doen. Zij begint helemaal opnieuw, in een vreemde omgeving, waar ze niemand kent. Maar Lia is gewoon geweldig. De afgelopen week heeft ze de eerste mensen ontmoet en komende week zijn al zeker 2 dagen gevuld met activiteiten. Die zullen haar vast inspiratie geven om weer te gaan schrijven!

15 reacties | Reageer

Een jaar China

Juli 2010. Twee uur te vroeg zit ik te wachten in de KLM Business Lounge op Schiphol op mijn vlucht naar Guangzhou. Krantje lezen, lekkere hapjes proeven, al is de keuze niet heel uitgebreid: soep, rijst en een kidneybonensalade. Er staan geopende flessen champagne, daar blijf ik nog maar even vanaf want ik heb nog 16 uur reizen voor de boeg. Links van me hoor ik een geluid, ik kijk op en zie mijn eerste smakkende Chinees. Hij spreekt luid tegen zijn medereiziger terwijl hij zijn tweede zure bom in zijn mond propt. Na de zure bom gaat er een stuk taart in, gevolgd door een kop soep en twee glazen champagne. Ik probeer ongemerkt zijn kant op te blijven kijken. Het is dus waar, een Chinees eet met geluid. Wat zou er allemaal nog meer waar blijken te zijn van wat ik over China heb gelezen? 

Het is nu juli 2011. Ons jaar in China zit er bijna op. En eigenlijk kan ik zeggen dat alles klopt:

Chinezen eten met geluid; Chinezen schreeuwen in hun telefoon; een Chinees voor wie je de deur openhoudt, loopt vrolijk door en laat je met de deur in je handen staan; Chinezen maken een cadeautje niet open waar je bij bent en zullen nooit zeggen wat ze ervan vonden; Chinezen wachten niet op hun beurt; Chinezen zeggen nooit nee maar draaien er omheen of geven geen antwoord; Chinezen kunnen niet rijden; Chinezen eten alles wat poten heeft behalve tafels en stoelen; Chinezen zijn bijgelovig; Chinezen tonen geen emoties. 

Ja, dit alles doen Chinezen. Maar wat hebben wij ook veel andere kanten van ze leren kennen. 

Een Chinees vindt het moeilijk om zijn gevoelens te uiten, zeker op het werk tegenover hun superieuren. Om toch los te komen, drinken ze tijdens etentjes sterke drank en willen ze alsmaar proosten, ‘gan bei’, waarna het glas tot op de bodem moet worden leeggedronken. In alle boekjes staat dat dat moet, iedereen wordt dronken, en als je niet mee doet hoor je er niet bij. Maar wij vertellen vriendelijk dat wij dat in Nederland helemáál niet gewend zijn en nemen minuscule slokjes van onze mau tai zodat we er de hele avond mee doen. Niemand die ons negeert. Sterker nog, sommige vrouwen van de brouwerij beginnen na een paar dronken feestjes ons voorbeeld te volgen. 

Taco wordt voor zijn verjaardag door zijn collega’s uitgenodigd voor een Chinese maaltijd. Hij krijgt een cadeau aangeboden en zegt: ‘Ik weet dat je in China geen cadeaus openmaakt. Wat willen jullie dat ik doe?’ ‘Openmaken’, roepen ze in koor en daarna wordt het mini kamerscherm dat hij heeft gekregen uitgebreid bewonderd. 

We staan in de overvolle metro. Er komt een oude mevrouw binnen, meteen staan er 2 jongens op die hun plaats aanbieden. Ik ben dan wel nog niet zo oud, maar zie er behoorlijk verhit uit na een dagje stad. Ook ik mag gaan zitten. 

We vertellen het meisje van personeelszaken dat ons heeft geholpen bij het zoeken van onze flat dat we uit China weggaan, en ze zegt met een diepe zucht, “I will miss you so much.” 

Wij hebben de Chinezen in ons hart gesloten. Ons Chinese avontuur heeft precies een jaar geduurd. Te kort om ons echt recht van spreken te geven over dit fascinerende land, maar lang genoeg om er altijd met warmte aan te blijven terugdenken. De brouwerij is gebouwd, de brouwerij brouwt, Taco’s klus zit erop. Eind juli vertrekken we naar Surabaya in Indonesië. Taco wordt daar Brewery Manager van de brouwerij in Sampang Agung waar ze Bintang bier brouwen. We gaan opnieuw beginnen, een nieuw huis, een nieuwe taal, nieuwe vrienden en collega’s. Onze blog gaat door, want er is vast net zoveel te vertellen over Indonesië. Vanaf 1 augustus zijn Lia en Taco bij de Javanen.

19 reacties | Reageer

Volgende pagina »

Laatste foto's

Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's
Tom cats gesignaleerd

Laatste reacties

Meer reacties

Blijf op de hoogte!

Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.

E-mail adres: